Introductie
Kapucijnapen komen bijna overal in de uitgestrekte regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika voor. In die gebieden vind je veel brede rivieren. Omdat bijna alle apen een hekel aan water hebben, vormen deze rivieren de grenzen van hun leefgebied.
Aan beide kanten van de rivier leven apen. De apen van de ene oever komen normaal gesproken nooit bij de apen van de andere oever. Omdat er aan beide kanten vaak net weer verschillende planten groeien, eten de apen dus ook net iets anders. Ook andere leefomstandigheden kunnen op beide oevers enigszins verschillen. In de loop van tienduizenden jaren pasten de apen op beide oevers zich zo goed mogelijk aan aan de omstandigheden in hun gebied. En omdat die een beetje van elkaar verschillen, begonnen ook de apen er ook een beetje anders uit te zien. Dit proces noemen wij evolutie.
![]()

