Introductie
De Chinese alligator kan doodstil van de zon genieten, liggend in een waterpoel. Hij heeft een lachende grijns om zijn bek, zodat je geneigd bent te denken dat het een ongevaarlijk dier is. Maar ze zijn onbetrouwbaar. Deze dieren weten hun prooi steeds te verrassen. En eenmaal tussen de enorme kaken van een alligator, kun je moeilijk ontsnappen.
De Chinese alligator is eigenlijk maar klein. Zijn familie in Amerika is veel groter. Amerikaanse alligators worden maximaal 5,80 meter, terwijl de Chinese gemiddeld 1,20 meter is. Kenmerkend voor de Chinese soort is de snuit, die als een wipneus iets omhoog staat. Verder heeft hij geen vliezen tussen zijn tenen. Zijn huid bestaat uit hoornschubben. Dit zijn benige huidplaten waar je geen leren tasjes van kunt maken. Daarvoor hoeven deze dieren dus niet te worden gestroopt. In de huid zitten geen zweetklieren. Een alligator moet daarom op een andere manier zijn warmte kwijt. Om af te koelen, zet hij gewoon een tijd lang zijn bek open.
![]()
