Introductie
IJsberen hebben een zwarte huid met witte haren. De dikke vacht zorgt ervoor dat een ijsbeer het niet koud krijgt. De enige plaatsen waar geen haren groeien zijn op z’n neus, de kussentjes onder zijn poten en op de lippen. IJsberen hebben ook een dikke vetlaag die hen beschermt tegen de kou. Dankzij hun grote poten met scherpe nagels glijden ze niet uit op het gladde ijs. Aan de onderkant van die poten zitten korte, stijve haren.
Deze haren geven nog eens extra grip op het ijs. Bovendien beschermen ze de voetzolen tegen de kou. Tussen de tenen zitten zwemvliezen. Deze helpen de ijsbeer bij het zwemmen. Een ijsbeer kan zo’n 1,20 tot 1,50 meter hoog zijn en als hij op zijn achterpoten staat wel 2,5 meter.

