Kleine panda

Introductie

De kleine panda is 35 tot 40 centimeter groot. Van zijn kop tot zijn staart is de panda 80 tot 110 centimeter lang. Zijn staart is dus net zo lang als de rest van zijn lichaam. De panda’s hebben een dikke, roodbruine vacht met witte en zwarte vlekken. Deze vacht beschermt hen goed tegen de kou. Ze kunnen hierdoor wel slecht tegen de warmte van de zon. Het is dan ook een schemerdier. Dit betekent dat hij vroeg in de ochtend en avond actief is. Op deze momenten van de dag is het namelijk minder warm. De kleine panda is een goede klimmer en brengt zijn tijd vooral door in bomen. Hun poten zijn breed en hebben nagels die ze gebruiken bij het klimmen. Onder de voetzolen zitten haren waardoor ze minder snel uitglijden op natte takken. Ook beschermt die vacht onder de poten deze tegen de kou. Als een panda loopt, loopt hij met een kromme rug en zijn staart in de lucht.

Download de spreekbeurt over de Kleine panda